Eeuwen geleden baarde de Vrouwe van de Maan een prachtige dochter. Het meisje was ontstaan tijdens één van die schaarse dagen waarop haar moeder zich onbespied door Aarde waande en zich op haar mooiste zijde door Zon liet verlichten. Haar hart was warm als haar vader, haar ogen spiegelden sterrenlicht en haar ziel was helder als de volste Maan. Iedere dag opnieuw voedde Maanvrouw haar met liefde en maankracht. Tot ze groot genoeg was om te ontdekken dat licht niet zonder donker kan en dat alles wat verlicht wordt een schaduwzij heeft. En dus brak de dag aan waarop Maanvrouw haar dochter eenzaam achterliet in een donkere woestijn. Huilend en onbeschermd lag Maanmeisje daar, voer voor hongerige wolven die vlak voordat ze hun tanden in haar wilden zetten, terugdeinsden. Voor hen stond een wezen zo zwart als de nacht met ogen als vuur waaruit de bliksem spoot. Het was de vrouw van haar vader, Schaduwvrouw, die de monsters verjoeg en het meisje met haar sterke handen optilde. Om haar niet meer in de steek te laten.

Schaduwvrouw was een bijzonder wezen. Altijd bescheiden en op de achtergrond aanwezig, onzichtbaar voor het blote oog. Geen mens had weet van haar, en toch waakte zij jaren met alle liefde over het kind. Zij zag het meisje de wereld verkennen, liet Maanvrouw de ruimte om terug te keren en Wijze en Wilde Vrouw de kans om haar over het leven te leren. Maanmeisje ontdekte dat de gevaarlijkste wolven niet in de wilde natuur maar in mensen schuilen en dat Schaduwvrouw altijd in de buurt was om haar te beschermen. De liefde van Schaduwvrouw was zo groot, dat Maanmeisje haar nooit hoefde te roepen. Zodra ze vermoedde dat iemand het meisje pijn ging doen, kwam ze te voorschijn. Ze koesterde haar, beschermde haar. En hield zo innig veel van Maanmeisje, dat ze met haar vergroeide.

Maanmeisje werd een vrouw die innig liefhad en schijnbaar moedig door het leven trok.  Schaduwvrouw was er altijd en de kracht die zij inzette om te voorkomen dat Maanmeisje pijn leed, was even groot als de angst van het meisje voor de pijn. Schaduwvrouw leende Maanmeisje haar benen om te vluchten en blies door haar mond scherpe woorden van haat. Tot Maanmeisje op een donkere dag gedwongen werd om te beseffen dat het juist deze kracht van haat was, die haar de ergste pijn opnieuw ging laten voelen. Zoals altijd wanneer zij ruimte moest maken, deed Schaduwvrouw ook nu een stap opzij. Opnieuw lag een klein meisje onbeschermd. Geen wolf die naderde, geen man of vrouw boog zich over haar heen. Maar in de ruimte die ontstond, voelde Maanmeisje de kracht van de liefde en ervoer de vrouw in haar met een schok dat de angst voor de pijn vele malen groter was gegroeid dan de pijn zelf ooit had kunnen zijn.

Op een mooie dag in de zomer, omhelsde Maanmeisje haar Schaduwvrouw. Ze bedankte haar, omdat ze haar al die jaren beschermd had en haar de kans had geboden om het allerbelangrijkste te leren. Dat niet de haat tegenover de liefde stond, maar de angst die de haat voedde. En terwijl ze vertelde, voelde ze hoe Schaduwvrouw langzaam haar hand losliet. Maanmeisje was Maanvrouw geworden, en kon op eigen benen staan.