aan de rand van kabbelend water
zit een kind, een kleine meid
zachte golven rond haar voeten,
overspoelen eenzaamheid

– jij bent niet alleen –

wie ben je, vraagt ze uren later
ik ken je, echoot waterkind
moederziel zingt zoete zinnen
wiegt het teder op de wind

op de golven van het leven
rent een man, en ook een vrouw
in de verte fluistert vrijheid
danst een ziel op ochtenddauw

-jij bent niet alleen-

wie ben je, vraagt hij jaren later
als hij in de spiegel ziet
levensloop weeft rode draden
stilte zingt een zielenlied

handen roerend in het water
zit een vrouw in liefde stil
verlangen golft in diepe lagen
wensen drijven, dragen wil

-jij bent niet alleen-

ik ken je, zegt ze zielsgelukkig
ik ben je in mijn levenskracht
ik draag jou nu, laat zinnen strelen,
wieg je teder, beziel mij zacht

© marlijn nijboer