en voor alle andere kinderen die een nieuwe naam van verbinding weefden….

Het was stil in het universum. Een deken van liefde omvatte alles, tot uit het Al een vonkje sprong. De schepping keek er met eerbied naar. Niet alleen omdat hier een prachtig lichtje zweefde, ook omdat het vuur van de oorsprong vonkte en in oneindige liefde een ziel liet gaan. Zacht zweefde het rond, tot het de warme buik vond waarin leven wachtte.

De ziel in de buik was blij. Het zacht deinende water waarin een mensje groeide, herinnerde haar aan het trillen van de Ziel waaruit ze gesprongen was. Evenals daar, voelde ze ook hier een deken van liefde. Koesterende handen streelden de buik die alles omringde en een zachte stem gaf woorden aan de mooiste gevoelens. Liefde verbond de ziel in de buik met de wereld buiten. Maakte nieuwsgierig. Hoe zou de vrouw waarin ze woonde eruit zien, en de man wiens warmte ze ook kon voelen. Ziel had zelf geen ogen, maar het lijfje dat om haar heen groeide gelukkig wel.

De ziel van de liefde lag heerlijk te deinen, toen ze voelde dat een andere kracht mee begon te doen. Voordat de druk te groot werd, maakte ze zich voorzichtig los. Zacht zweefde ze het kleine lijfje uit, naar het hart van de vrouw. En zoals de schepping eerder een vonkje had laten gaan om een kleine ziel te worden, blies ziel nu een vonkje naar de ziel van de vrouw. Licht danste ze naar buiten om nog één keer te blazen en ook de ziel van de man te verlichten met een stukje van haar. Ze maakte hen moeder en vader, gaf haar liefde en voelde die van hen. Nam het mee. Samen met de naam die zij haar noemden.

Het was stil in het universum. Een deken van liefde omvatte alles, tot uit het leven een ziel terug sprong. Voorzichtig weefde zij de nieuwe naam van verbinding. De schepping keek er met eerbied naar.