Er was eens een man die alles onder controle had. Zijn hele leven verliep volgens plan en de man vond dat heerlijk. Hij vond het zelfs nog lekker toen in dat plan bleek te staan dat hij een bijzonder cadeautje ging krijgen in de vorm van tijd. Heel veel tijd. En toch gebeurde er iets vreemds. De man werd namelijk onrustig van al die tijd. Hij begon te zwerven. Niet alleen door de tijd, maar ook door de stad. Tijdens één van zijn zwerftochten kwam hij een boom tegen. Het was winter, en op één van de takken van de boom scheen een prachtige zonnestraal die niet alleen de boom, maar ook het hart van de man raakte. De man besloot dat deze boom van hem was en dat hij zijn ontwikkeling in beeld ging brengen. Hij schilderde de eerste knoppen, zag hoe de boom tot bloei kwam en zijn takken iets verder richting de oneindige lucht liet groeien. En terwijl hij die takken volgde, voelde de man zich klein worden. Zo nietig dat hij zichzelf niet meer herkende en zo klein dat hij met gemak van de aarde af zou kunnen vallen omdat zwaartekracht op zoiets kleins niet werkt. De man werd bang. Straks zou de bodem onder zijn bestaan verdwijnen, zou hij los van alles door de ruimte zweven. Omdat hij zich nu al zweverig begon te voelen, liet hij zich op de grond zakken. Leunend tegen de stam van de boom, begon hij tegen de boom te praten. ‘Wat is het fijn om ieder jaar opnieuw blaadjes te krijgen en bloemen te laten groeien. Te weten wie je bent en wat je moet doen, te merken dat alles vanzelf gaat. Wat is het ook ongelofelijk fijn dat jij zo stevig staat en zoveel vastigheid hebt.’ De man zuchtte en liet zijn hoofd zakken om daarna te horen hoe de boom fluisterde. ‘Jij kunt gaan en staan waar je wilt, jouw winter mag zolang duren als jij wilt en jij bepaalt zelf hoe jouw bloemen eruit zien.”Maar ik kan vallen en gaan zweven’, fluisterde de man. ‘Jij valt bij iedere stap die je zet’, zei de boom, ‘en keert juist door stappen te zetten ook telkens naar de aarde terug.’

Voorzichtig zette de man een eerste stap. Heel even voelde het alsof hij zweefde, daarna drukte hij zijn voet krachtig op de aarde.