‘Wat doe jij hier’, vroeg Eekhoorn aan Konijn. Hij was de hele ochtend van tak naar tak gesprongen en een behoorlijk eind van hun vaste boom afgedwaald. Betrapt keek Konijn hem aan. ‘Ik wilde alleen zijn’, zei ze toen, ‘ik word doodmoe van dat afstand houden en van al die dieren die bang zijn dat ik te dicht in de buurt kom en ik heb zelf ook geen zin meer om bang te zijn. Ik wil vrij zijn, maar nu ben jij er.’ Als de ogen van Konijn toverkracht bezaten, zou Eekhoorn meteen weer zijn verdwenen. In plaats daarvan zagen ze samen een log dier voorbij wandelen, het hoofd moedeloos naar beneden hangend. Het was Jonge Das. Hij keek verschrikt op toen Konijn en Eekhoorn tegelijk naar hem riepen. ‘Wat doe jij hier?’ ‘Ik ben aan het somberen’, zei Jonge Das. ‘Ik wilde dit jaar helemaal alleen een lange tocht maken en in plaats daarvan zit ik al maanden met de hele familie opgesloten in ons hol. Ik ben mijn doel kwijt en ik verlang naar vrijheid.’ ‘Net als ik’, fluisterde Konijn die er ineens ook behoorlijk somber uit zag. Toen Eekhoorn naar beide dieren keek, werd de somberheid hem bijna te veel. Zwijgend zaten ze bij elkaar.

‘Wat doen jullie?’, vroeg Muis, die ineens zachtjes ritselend uit een struik tevoorschijn kwam en er zorgvuldig voor zorgde dat ze afstand hield. ‘Zitten jullie niet te dicht bij elkaar?’ ‘Dat bedoel ik nou’, zei Konijn. ‘Wil je alsjeblieft weggaan Muis, ik wil alleen zijn.’ Stomverbaasd keek Muis naar Konijn. ‘Wat is er aan de hand?’, vroeg ze toen. Voordat Konijn iets kon zeggen, antwoordde Eekhoorn. ‘Konijn wil alleen zijn omdat ze naar vrijheid verlangt en Jonge Das verlangt ook naar vrijheid. Hij wil het liefst in zijn eentje een lange tocht maken.’ Peinzend keek Muis van Jonge Das naar Konijn, en terug. ‘Ik ben maar een domme muis die nog nooit heeft nagedacht over vrijheid’, zei ze toen. ‘Ik weet niet eens wat het is.’ ‘Vrijheid is dat je kunt doen wat je wilt’, zei de Jonge Das. ‘Vrijheid is dat je niet steeds op onzichtbare grenzen hoeft te letten omdat anderen bang zijn dat er iets heel engs van jou op hen springt’, zei Konijn. ‘Vrijheid is dus iets zonder grenzen’, zei Muis. ‘Het is ook iets zonder angst’, zei Konijn. Muis keek naar de lucht, waar Uil aan kwam vliegen. ‘Als ik bang ben dat Uil mij vangt, ben ik volgens jullie dus niet vrij’, zei ze, terwijl ze behoedzaam naar achteren schoof.

‘Waarom kijken jullie zo somber’, vroeg Uil nadat hij in een tak boven de dieren geland was. ‘We verlangen naar vrijheid’, zei Konijn. ‘Jonge Das wil reizen en ik wil niet de hele tijd opletten of ik te dichtbij iemand kom. We willen allebei alleen zijn, terwijl het hier nu steeds drukker wordt.’ ‘Volgens mij wil jij helemaal niet alleen zijn’, zei Uil. ‘Vorige week zei je nog dat je ernaar verlangde iedereen weer aan te kunnen raken.’ ‘Ja’, zei Konijn zacht. Uil dacht diep na. ‘Verlangen is het belangrijkste dat een dier kan hebben’, zei hij toen, terwijl hij even naar Muis keek. ‘Ikzelf kan bijvoorbeeld verschrikkelijk verlangen naar een muizenhapje, of naar een stille avond met heerlijk vliegweer. Soms is zo’n avond zo bijzonder dat ik er naar terugverlang, maar alles wat bijzonder is komt nooit terug. Anders was het niet bijzonder. In deze tijd zijn er heel veel stille avonden omdat die vieze, lawaaierige vliegbeesten op raadselachtige wijze verdwenen zijn. De lucht is schoon, ik hoor alle vogels zingen en nog mooier: ik hoor mijn eigen vleugelslag als ik vlieg en mijn eigen gedachten als ik denk. Dat is heel bijzonder en ook iets om naar terug te verlangen. Misschien kunnen jullie terugverlangens gaan verzamelen, Muis en Eekhoorn, zodat we een mooie voorraad hebben voor straks, als de wereld weer vol lawaai is en Jonge Das vertrokken voor een lange tocht.’

De dieren keken elkaar aan. ‘Het is heel fijn dat jij mij niet vangt Uil’, zei Muis. ‘Daar kun je straks dan mooi naar terugverlangen’, zei Uil. ‘En Jonge Das, ik zal je een verhaal vertellen, een verhaal over mijn eigen grote tocht.’ ‘En daarna zal ik je over de mijne vertellen’, zei Konijn. Eekhoorn zuchtte, en het leek wel of daar verlangen in doorklonk. ‘Dat wordt een mooie voorraad Muis.’

Illustratie: Janneke Hoek    Zin in nog een verhaal?