Het was stil in het bos. Het leek of alle dieren waren weggeblazen door de storm die de afgelopen tijd te keer ging, takken wegrukte en hele bomen omver blies. Oude Eik stond gelukkig nog, maar de dieren die anders zo vrolijk door hem heen sprongen of tussen zijn takken hun hoogste lied zongen, waren al dagenlang zo afwezig dat de boom er wakker van werd. Traag richtte hij zijn aandacht naar buiten om te voelen hoe een zachte zonnestraal over zijn stam naar beneden trok en de laatste druppels water deed verdampen. Oude Eik voelde het, zoals hij alles voelde, maar besteedde er weinig aandacht aan. Zijn aandacht was te diep en te groot voor vluchtige druppels die al snel verdwenen zouden zijn.

Oude Eik was in diepe gedachten verzonken, toen Uil op één van zijn takken landde. ‘Verschrikkelijk’, zei hij zacht maar zo hardgrondig, dat het niet alleen tot Oude Eik doordrong maar ook tot de andere dieren die blijkbaar toch nog ergens in de buurt waren en nu kwamen aangerend. ‘Wat is verschrikkelijk, Uil’, vroeg Eekhoorn. ‘Mensen’, zeil Uil. Daarna zweeg hij, een verre blik in de ogen. Alsof alles wat verder over mensen te vertellen viel op grote afstand voorbij trok. Muis en Eekhoorn keken hem aan, maar vroegen niets. Sommige verhalen zijn zo verschrikkelijk dat ze alleen in stilte verteld kunnen worden. Zelfs de altijd zo lawaaierige Muis begreep dat.
Hoewel Oude Eik vond dat mensen voorbijgaande wezens en dus weinig aandacht waard waren, werd ook hij het stille verhaal van Uil ingetrokken en terwijl hij luisterde, begreep hij ineens de stilte die in het bos hing. Overal om hem heen werd dat grote verschrikkelijke mensenverhaal verteld. Oude Eik voelde bovendien hoe een gedachte naar boven kwam. ‘Mensen zijn rare wezens’, dacht hij. ‘Ze hebben geen diepe aandacht, zoals ik, en lijken niet te kunnen communiceren maar misschien hebben wij ook wel nooit ons best gedaan om ze iets duidelijk te maken. Zijn wij alleen maar met onszelf bezig.’ Oude Eik was zo ver weg in zijn gedachten dat hij pas merkte dat een mens zijn stam raakte, toen Eekhoorn bewoog.

Gespannen keken Oude Eik, Uil, Eekhoorn en Muis naar de mens die met zijn rug tegen de stam van de boom zat. Hij zuchtte en zowel de dieren als de boom begrepen wat hij bedoelde. Daarna trippelde Muis naar beneden, raakte even de mensenhand en terwijl zij dat deed zag Oude Eik ineens dat mensen misschien niet zo anders waren dan bomen en dieren. Tegen zijn stam viel zuchtende mens in slaap. Zacht weefde Oude Eik een deken van aandacht en dekte mens ermee toe.

Het was stil in het bos.

Marlijn Nijboer / illustratie: Janneke Hoek www.jannekehoek.nl