‘Ik wil dat alles weer normaal wordt’, zei Konijn mismoedig. ‘Ik ook’, zei Ree, terwijl ze om Konijn heen danste in een poging hem te ontwijken.

Het spookte in het Grote Dierenrijk. Een eng en onzichtbaar wezentje sprong van het ene dier op het andere om ze ziek te maken. Je kon er zelfs aan dood gaan. Om dit te voorkomen, had de koning een aantal regels bedacht. Eén van de belangrijkste was dat de dieren anderhalve meter bij elkaar uit de buurt moesten blijven. De raadgevers van de koning hadden hem verteld dat het enge wezentje niet zover kon springen. Omdat de dieren niet precies wisten hoelang anderhalve meter was en zo ook niet wisten bij wie het wezentje zich verstopte, bleven ze voor de zekerheid ver bij elkaar uit de buurt. Dat was niet altijd gemakkelijk, zeker niet als je elkaar op hetzelfde pad tegenkwam. Of als je heel veel zin had om iemand te knuffelen.

‘Ik vind het niet erg’, zei Uil, ‘ik bekijk sowieso alles graag van een afstand en ben van nature niet knuffelig. Eerlijk gezegd snap ik niet waarom jullie dit zo moeilijk vinden.’ ‘Het voelt fijn als je iemand knuffelt’, zei Konijn. ‘Warm en veilig. Als iemand mij knuffelt, voel ik me niet alleen.’ ‘Ik voel me  nooit alleen’, zei Uil, ‘zeker niet als ik hoog in mijn boom zit en jullie allemaal op de grond zie bewegen.’ Hulpeloos keek Konijn naar Ree, hij wist niet hoe hij Uil moest uitleggen waarom hij zo graag wilde dat alles weer normaal werd.

Gelukkig kwam Muis precies op dat moment voorbij. ‘Muis, vertel eens waarom het niet fijn is om afstand te houden’, zei Ree. Muis keek met een schuin oog naar Uil. ‘Soms is het heel fijn als iemand uit de buurt blijft’, zei ze. ‘Vooral als het iemand is die jou wil vangen. Als zo iemand te dichtbij komt, word ik bang en vlucht ik. Iedere keer als een dier nu te dichtbij komt, voelt het alsof Uil naar me loert. Ik voel me niet meer veilig als jij me aanraakt Konijn, maar bedreigd. Mijn lijf schiet dan in de stress.’ ‘Dat heb ik ook’, zei Ree. ‘Ik voel me opgejaagd. Vooral als een dier dat ik niet ken te dichtbij komt. Ik weet dan immers ook niet of ik haar kan vertrouwen.’

‘Hoelang duurt dit nog?’, vroeg Eekhoorn die van de ene tak op de andere hipte en zorgvuldig bij Uil uit de buurt bleef. Niemand wist het. ‘Misschien wel altijd’, piepte Muis. Altijd. Bang keken de dieren voor zich uit. Alleen Uil leek zich weinig zorgen te maken. ‘Maakt het uit hoelang het duurt?’, vroeg hij. ‘Ja’, zei Eekhoorn, ‘want als ik weet hoelang het duurt, kan ik aftellen’. ‘En als het nog heel lang duurt?’, vroeg Uil. ‘Zolang dat het voelt als Altijd?’ De dieren zwegen weer. ‘Dan word ik gek’, fluisterde Konijn. ‘Want dan kunnen jullie nooit meer samen bij mij taart eten, we kunnen nooit meer samen dansen en zingen, de konijnenkinderen kunnen nooit meer naar school en we kunnen nooit meer die lieve oude Das aanraken.’

‘Je overdrijft Konijn’, zei Uil ‘en als je ergens gek van wordt, moet je daar niet aan denken’. ‘Je lijkt wel een mens. Denk aan de dingen die je wel kunt. Voel je dat de zon schijnt en hoor je hoe mooi de blaadjes van deze boom ritselen? Je mag best een poosje tegen mijn boom aanzitten om te luisteren en te kijken. Misschien word je dan wel net zo wijs en rustig als ik.’

‘Zullen we allemaal rond de boom gaan zitten?’, vroeg Muis. ‘In een grote kring? Jij mag best boven blijven Uil.’ Even later zaten Ree, Konijn, Muis en Eekhoorn in stilte rond de boom terwijl Uil van boven op hen neerkeek. Ze voelden de warmte van de zon, luisterden naar de muziek die de blaadjes maakten en zagen de dansende takken met het zonlicht spelen. Zacht ging Ree liggen. Dit is niet normaal dacht ze. Maar zo fijn, dat ik hoop dat we dit altijd blijven doen.

In de top van de boom begon een vreemde vogel te zingen. Alle dieren stemden in.

De illustratie bij dit verhaal is van Janneke Hoek   Zin in nog een verhaal?.